Elke keer als ik met de woningbouw bel, vraag ik me af met welke planeet ik ben doorverbonden. Het maakt niet uit of ik een mannelijke of een vrouwelijke medewerker spreek… hoe dan ook ontstaan er elke keer opnieuw Babylonische spraakverwarringen. De woningbouw begrijpt niet wat ik zeg en ik versta niet wat zij in dialect terugbrabbelen.
Meneer, er is een lampje kapot in onze portiek. Kunt u dat komen maken? Het is op de bovenste verdieping. Op de benedenverdieping? Nee op de bovenste verdieping. Oh, dus niet op de benedenverdieping? Nee. Vervolgens brabbelt meneer wat onverstaanbaars. Maar uiteindelijk kan ik er uit opmaken dat hij een auto langs stuurt. En dan was dit nog niet eens de ergste conversatie….